Poorten & Paden | Hoofdstuk 5

By jasmine-rovik ·

Hoofdstuk 5 #

De liftdeuren schuiven dicht met hun vertrouwde gepiep. Luna leunt tegen de koude metalen wand, de koffer aan haar voeten. De lift kreunt en begint zijn trage klim naar de negende verdieping.

Haar telefoon trilt in haar hand.

Luna kijkt naar het scherm. Mama. Een foto: een goudbruine hartige taart, nog dampend, op het zelfbeschilderde houten plankje dat haar moeder voor élke foodfoto gebruikt. Eronder een berichtje:

Luna's duim glijdt over het scherm. Ze kan best zelf koken, maar dat doet ze meestal niet en haar moeder weet dat.

Ze typt:

Verzonden.

Dan opent ze de groepsapp met Zoey en Alex. Haar duimen zweven boven het toetsenbord. Hoe zeg je dit zonder dat het klinkt alsof je gek geworden bent?

Hier nu ook zoute regen. Ik heb het geproefd.

Ze leest het terug. Nope. Dat klinkt alsof ze tachtig is en net internet heeft ontdekt. Ze verwijdert het. Backspace, backspace, backspace.

Tweede poging:

Beter. Het klinkt nog steeds als iets wat een normaal mens niet zegt, maar tenminste klinkt het als iets wat zij zou zeggen.

Ze tikt op verzenden.

De lift stopt met een schok. Negende verdieping.

Luna stapt de gang in, haar blik nog steeds op het scherm. Drie puntjes verschijnen onderaan… iemand is aan het typen. Luna's mondhoek krult op.

De gang is schemerig, één van de tl-buizen flikkert en valt dan uit. Alweer kapot. Het groene linoleum glanst dof in het resterende licht. Luna loopt naar deur 907, haar telefoon nog in haar hand, de koffer bungelend aan haar andere arm.

Ze haalt haar sleutel tevoorschijn. De drie stipjes houden haar hardnekkig in spanning, alsof iemand een heel essay aan het tikken is. Zonder op te kijken steekt ze de sleutel in het slot.

De deur zwaait open.

Dan kijkt ze op.

Haar telefoon valt uit haar handen en klettert op de vloer. Er staat een man in haar studio. Een vreemde man. Achter de voordeur, in het halletje, met de koffer in zijn linkerhand.

Luna's hart slaat een slag over. Haar adem stokt en elke spier in haar lichaam verstijft.

Hij oogt iets ouder dan zij, met middellang zwart haar dat slordig rond zijn gezicht valt en lichtbruine ogen die nu net zo geschrokken kijken als die van Luna. Hij is lang en gekleed in een leren jas ondanks de warmte. En hij staat volkomen stil, alsof hij betrapt is op iets dat hij niet had verwacht.

Hij doet een stapje achteruit, zijn vrije hand omhoog in een kalmerend gebaar.

Luna staat aan de grond genageld. Ze wil schreeuwen, maar er komt geen geluid uit haar keel. Ze wil wegrennen, maar haar benen zijn lood.

De inbreker lijkt haar paniek te zien en zijn gezicht verzacht iets.

"Hé," zegt hij, en zijn stem is zachter dan ze had verwacht. Bijna geruststellend. "Als je even opzij stapt, verdwijn ik meteen. Oké?”

Luna's hersenen beginnen weer te werken. Woorden vormen zich, struikelend en onzeker.

"W... wat deed je in mijn huis?"

De man opent zijn mond. "Uh..." Sluit hem weer.

Luna's angst wordt opzij geschoven door iets anders, iets dat opborrelt vanuit haar buik. Boosheid. Ja, boosheid. Dit is haar studio. Haar veilige plek. En hij heeft —

"Dat is mijn koffer!" De woorden komen er verrassend hard uit. "Wat heb je nog meer gestolen?"

"Ho, wacht eens even!" Op het gezicht van de jongeman verschijnt een blik van verontwaardiging. Hij heft zijn hand met de koffer een stukje op, alsof hij bewijs toont. "Ík ben degene die bestolen is. Dit is van mij.”

Luna knippert. "Dus... dus nu heb je ingebroken om hem terug te halen?!"

"Nou," mompelt de man terwijl hij aan zijn achterhoofd krabt, een vreemd gebaar voor een op heterdaad betrapte inbreker. "Technisch gezien heb ik niet ingebroken..."

"Je staat letterlijk in mijn huis!"

"Luister, ik snap hoe het eruit moet zien vanuit jouw…”

Maar Luna is nog niet klaar. "Je had het gewoon kunnen vragen, weet je. Dan had ik hem graag aan je teruggegeven." Ze fronst. "Wacht... hoe wist je überhaupt dat hij hier was? Smart tag? Of heb je me gevolgd?"

Een deur zwaait open. Niet die van Luna, die van het appartement ernaast. Sigarettenrook vermengd met een warme, hartige geur walmt de gang in.

"Joehoe!"

Mevrouw Dekker steekt haar hoofd om de hoek van haar deuropening. Ze is een vrouw van in de vijftig in een panterprintlegging onder een zwarte T-shirtjurk, haar geblondeerde haar in een hoge knot. Ze kijkt van Luna naar de vreemde man in de gang en weer terug, haar ogen vernauwend.

"Alles in orde, mop? Ik hoorde boze stemmen."

Luna's vinger schiet uit, wijzend naar de lange jongeman alsof ze een verdachte aanwijst in een politie line-up. "Inbreker.”

Mevrouw Dekker stapt volledig de gang in, op blote voeten en met haar handen al in haar zij, en neemt de man van top tot teen op, alsof ze groenten keurt op de markt.

"Híj?" Mevrouw Dekker trekt een wenkbrauw op. "Welnee mop, dat is vast een misverstand." En tegen de inbreker: "Toch?”

"Absoluut," zegt de jongeman zonder aarzeling. "Een misverstand.”

"Maar hij staat ín mijn huis!" Luna hoort haar eigen stem hoger worden.

Mevrouw Dekker kantelt haar hoofd naar de jongeman en een glimlach verschijnt op haar gezicht. "Volgende keer bij mij inbreken? Waar heb je interesse in? Sieraden?” Ze lacht, de schorre lach van iemand die te veel rookt.

De jongeman kijkt van mevrouw Dekker naar Luna en weer terug. Zijn gezicht staat behoedzaam, alsof hij niet helemaal zeker weet in wat voor situatie hij terechtgekomen is. Maar dan ziet Luna het gebeuren: hij besluit mee te spelen.

"Alleen in mijn koffer, mevrouw." Hij heft hem licht op, charmant glimlachend. Dan, met een zweem van humor: "Wat voor sieraden heeft u?"

Mevrouw Dekker wappert met haar hand, haar ringen rinkelen. "Ach, ‘t stelt niks voor. Allemaal troep van de markt. Goedkope namaak." Ze leunt samenzweerderig naar voren. "Er valt hier toch niks te halen, dat weet elke inbreker in deze stad. Die gaan liever naar de villawijken. Toch?"

De man knikt wijs, alsof dit zijn onschuld bewijst.

Mevrouw Dekker richt zich weer tot de zaak, haar stem nu autoritair. Ze maakt een wuivend gebaar naar de man, hetzelfde gebaar waarmee ik Lot van het aanrecht jaag. "Nou, als je uit de woning van mijn buuf zou willen komen, laten we je dit keer gaan met een waarschuwing." Blik naar Luna. "Toch, Luna?"

"Oké," zegt Luna die zich een beetje verdwaasd voelt door de absurditeit van de hele situatie.

"Graag," zegt de jongeman opgelucht.

“Mooi.” Mevrouw Dekker klapt in haar handen alsof ze een zakelijke deal heeft gesloten. "Hup, wegwezen jij.”

Mevrouw Dekker slaat haar arm om Luna's schouder in een beschermend gebaar, terwijl ze samen toekijken hoe de inbreker de gang in stapt met de mat-glanzende koffer in zijn hand en vertrekt.

"Zo," zegt mevrouw Dekker tevreden met zichzelf. "Ook weer opgelost.” Ze knijpt even in Luna’s schouder. “Ik ga snel terug naar binnen, anders verbranden m'n gehaktballen. Als er wat is, je weet me te vinden hè?”

"Dankje," weet Luna uit te brengen. "Fijne avond."

Mevrouw Dekker knipoogt naar haar en trekt haar voordeur weer dicht. De geur van sigaretten en gehaktballen blijft hangen.

Luna staat alleen in de gang. Haar telefoon. Ze bukt en raapt hem op van de grond. Het scherm is gebarsten, in het glas zit een spinnenweb van lijntjes dat vanuit de linkerbovenhoek uitwaaiert. Het flikkert even wanneer ze het aanzet en blijft dan zwart.

Geweldig.

Ze kijkt opzij. De man staat verderop met zijn koffer bij de lift te wachten, ongeduldig wiebelend op zijn tenen. En Luna voelt iets wat ze niet had verwacht na alles wat er zojuist is gebeurd: nieuwsgierigheid.

Ze blijft in haar deuropening staan. De lift is misschien tien meter verderop. Misschien is het die afstand, of misschien is het gewoon haar aard, die onbedwingbare nieuwsgierigheid die sterker is dan gezond verstand, maar ze voelt haar stem terugkomen.

"Wat zit er eigenlijk in?" roept ze door de gang.

De man draait zich om met opgetrokken wenkbrauwen. "Wat?"

"In de koffer." Luna doet een klein stapje de gang in. "Wat zit erin?"

"Niets."

Luna fronst. "Waarom wil je hem dan zo graag terug?"

Een kort lachje, bijna geamuseerd. "Je bent wel nieuwsgierig, hè?”

"Kun je me laten zien hoe die open gaat?" Nog een stapje. Ze kan nu de details van zijn gezicht beter zien: de scherpe lijn van zijn kaak, een klein litteken bij zijn wenkbrauw.

Hij aarzelt. Zijn vingers sluiten zich iets steviger om het handvat van de koffer. Dan verschijnt er een ongemakkelijke glimlach. "Dat lijkt me geen goed idee.”

"Waarom niet?" Luna slaat haar armen over elkaar. Een houding van haar moeder. Flora doet dit altijd als ze door iemands bullshit heen probeert te prikken. "Heb je iets te verbergen?"

"Ja."

De directheid van dat antwoord brengt Luna even van haar stuk. Dan draait hij zich om naar de lift. "Dit is een lift, toch?" vraagt hij, bijna tegen zichzelf.

Luna knippert. "...Ja.”

“Hoe lang duurt het voordat die hier stopt?"

Luna kantelt haar hoofd. Er klopt iets niet aan deze man. "Je moet op het knopje drukken."

"Oh." Zijn vinger zweeft bij het knopje, maar hij drukt niet. In plaats daarvan blijft hij daar even staan, alsof hij nadenkt. De man draait zich weer naar haar om en begint terug te lopen. Naar haar toe.

Luna's hartslag versnelt. Haar vingers vinden de deurklink achter haar rug. Ze zou naar binnen kunnen gaan. De deur dicht kunnen doen en hem op slot draaien.

Maar ze blijft staan. De blik op zijn gezicht maakt haar nieuwsgierig. Die is niet dreigend. Eerder... zoekend. Een beetje hulpeloos zelfs. Hij stopt op een paar meter afstand van haar.

"Mag ik je iets vragen?" zegt hij.

"Oké."

"Ben je bekend met een plaats die Wonderwoud heet?"

Luna’s hand glijdt van de deurklink. Van alle vragen die ze had verwacht — Heb je geld? Ga je de politie bellen? Heb je een vriendje? — was dit er geen van.

"Ja," zegt ze. "Daar werk ik."

Zijn hele houding verandert. Zijn schouders zakken, zijn gezicht klaart op alsof ze hem zojuist heeft verteld dat hij de loterij heeft gewonnen. "Ha! Dat is nog eens geluk bij een ongeluk.”

"Hoezo?" Luna's ogen vernauwen zich.

"Kun je me ernaartoe brengen?" Hij zegt het alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.

"Het is dicht."

"Morgen dan?" vraagt hij snel.

Ik voel Luna’s gedachten razen. Waarom wil hij daarheen? Wat zoekt hij daar? En waarom vraagt hij haar?

"Ik begrijp je niet. Je kunt er zelf toch wel komen? Je hebt mij niet nodig om je te brengen.”

"Ik weet niet hoe." Hij haalt een hand door zijn haar. Het gebaar oogt glad en geoefend, maar er schuilt iets oprechts onder. "Ik ben… nieuw hier.”

Luna kijkt hem aan. Dit is echt heel vreemd. Hij breekt in, steelt een koffer die niet open kan, en vraagt haar nu om hem naar haar werk te brengen?

"Dit is echt heel vreemd," zegt Luna hardop, meer tegen zichzelf dan tegen hem.

"Ik weet het." Zijn schouders zakken en zijn stem wordt zachter. "Het is belangrijk."

Er valt een stilte tussen hen. Ergens in het gebouw slaat een deur dicht. Een baby huilt. Uit een andere woning klinken de gedempte stemmen van een tv-programma en mevrouw Dekker zingt in haar keuken.

“Kun je me op z’n minst vertellen hoe ik er kan komen?”

Luna’s ogen glijden naar die koffer. Dat onmogelijke ding dat niet open te krijgen is, dat gemaakt lijkt van een materiaal dat ze nog nooit heeft gezien. Het geeft haar de kriebels, al kan ze niet onder woorden brengen waarom. En dan kijkt ze naar zijn gezicht, naar die lichtbruine ogen die haar hoopvol, bijna smekend aankijken.

Ze verbaast zichzelf: "Als ik je help — áls — dan moet je me iets beloven."

“Zeg het maar.”

"Die koffer." Luna wijst ernaar. "Die blijft thuis. Je neemt alleen jezelf mee.”

"Oké," antwoordt de jongeman meteen. "Deal.”

"Ik heb de vroege dienst," zegt ze, haar stem klinkt al iets vaster. "Dus je zult vroeg op moeten staan. De bus vertrekt om vijf over acht. Bij de halte, beneden.”

"Oh, een bus!" zegt hij bijna enthousiast.

Luna voelt een glimlach aan haar mondhoeken trekken, maar ze onderdrukt hem en blijft streng: "Als je er niet op tijd bent, vertrek ik zonder je."

"Begrepen! Vijf over acht." Hij tilt zijn pols op en toont haar zijn smartwatch. Hij tikt een paar keer op het display met zijn wijsvinger. Een zacht blauw licht flitst even op.

"Genoteerd," zegt hij nonchalant. "Ik ben Will, trouwens." Hij steekt zijn hand naar haar uit. Luna aarzelt even, maar dan schudt ze zijn hand. Zijn greep is stevig maar niet overdreven.

"Luna."

"Luu-Naa." Hij rolt haar naam door zijn mond alsof hij de smaak ervan test. "Mooie naam."

"Dankje." Ze trekt haar hand terug.

"Tot morgen dan, Luna." Will draait zich om, de koffer onder zijn arm geklemd. Hij loopt terug naar de lift met een soepele, nonchalante gang alsof er niets gebeurd is. Deze keer drukt hij wel op het knopje.

Luna roept hem na: "En neem geld mee voor de bus!"

Hij steekt zijn hand op om te laten merken dat hij het gehoord heeft, zonder zich om te draaien.

De lift arriveert. De deuren schuiven piepend open. Will stapt naar binnen, de mysterieuze koffer nog steeds in zijn hand, en dan schuiven de deuren dicht.

Luna staat alleen in de gang, met haar gebarsten telefoon in haar hand en haar hartslag nog altijd een beetje verhoogd.

"Wat heb ik nou gedaan?" fluistert ze tegen niemand in het bijzonder.

Dan draait ze zich om en stapt haar studio binnen. Maar in plaats van de deur meteen te sluiten, blijft ze even staan. Haar blik gaat naar het slot.

Hoe is hij eigenlijk binnengekomen? Ze bukt zich, brengt haar gezicht dicht bij het sleutelgat. Ze inspecteert de metalen plaat eromheen, zoekt naar krassen, deuken of andere sporen van geforceerd inbreken. Maar er is niets, nog geen krasje. Ze recht zich en laat haar vingers over de deurpost glijden. Checkt de scharnieren. Niets.

Hoe dan? Luna draait de voordeur achter zich dubbel op slot en keert zich om naar haar woning. Haar ogen scannen methodisch de ruimte, van links naar rechts, alsof ze een van de detectives is uit de misdaadserie die Zoey graag kijkt. Wat valt je op? Wat past er niet? Wat is veranderd?

De stoelen staan nog precies zo. Haar koffiekopje van vanochtend nog onaangeroerd op de tafel. De stapels met boeken naast haar bed liggen nog in dezelfde wanorde als vanmorgen. TV… laptop... check.

Er ontbreekt niets. Alleen die koffer is weg.

Luna laat zich op haar bed vallen, haar hoofd achterover, en staart naar het plafond. Had ze zich zojuist laten overhalen door mevrouw Dekker? Die man was een inbreker. Ze had de politie moeten bellen, assertief moeten zijn, zichzelf moeten beschermen. Maar nee, ze had hem haar hulp aangeboden. Waarom doet ze dit toch altijd?

De onuitgesproken vragen blijven hangen in de warme lucht van de kleine kamer. Buiten is de regen gestopt. Door het raam ziet ze de laatste flarden van grijze wolken die optrekken.

Ze komt overeind, pakt de afstandsbediening van de tafel en zet de tv aan. Ze zapt langs een kookprogramma, reclame voor matrassen, een herhaling van een quiz. Dan vindt ze het journaal. Een vrouw in een blauw mantelpakje staat in een studio, achter haar een grote kaart van Europa met oranje stippen verspreid over Groot-Brittannië, Ierland en delen van de Noordzeekust.

"— nog maar weinig bekend," zegt ze, "maar volgens deskundigen lijkt het fenomeen ergens in Groot-Brittannië te zijn begonnen. We schakelen nu door naar onze verslaggever Joris de Vries."

Een verslaggever staat voor een onderzoeksinstituut met een microfoon in de hand. Naast hem een man in een wit overhemd, grijs haar en vermoeide ogen achter een bril. Een of andere wetenschapper. Luna zet het geluid harder.

"Wat we zien is werkelijk ongekend," zegt de wetenschapper. “Op meerdere locaties is het zoete water significant zouter geworden. Rivieren, beken, zelfs regenwater. Zelfs op korte termijn kan dat vergaande gevolgen hebben voor de natuur en drinkwatervoorziening, onder meer."

“Wat zou dit volgens u kunnen veroorzaken?” vraagt de verslaggever.

“We staan nog voor een raadsel, vrees ik,” antwoordt de wetenschapper met een serieuze blik. “Onze modellen wijzen richting Groot-Brittannië, mogelijk het noordwesten, maar de exacte bron hebben we nog niet kunnen vaststellen."

Luna zapt naar de BBC.

Ze staat op en loopt naar het keukenhoekje terwijl hetzelfde onderwerp nu in het Engels haar kamer vult. Ze zet de waterkoker aan, grist een cup noodles uit het kastje en pelt het folie eraf. Dan werpt ze een blik over haar schouder naar het scherm.

Een boer staat in kaplaarzen midden in een nat veld met verwoeste gewassen. Bruine, slappe stengels met verdorde bladeren steken maar net boven de modder uit. De boer veegt met de rug van zijn hand over zijn voorhoofd.

"Everything," zegt hij, zijn stem vlak van verslagenheid. "Completely destroyed. Thirty years I've been farming this land. Never seen anything like it."

De waterkoker klikt. Luna giet kokend water in haar cup, en een stoomwolkje stijgt op tegen haar gezicht.

Het beeld verspringt naar een dorpje in een dal dat half onder water staat. Straten zijn veranderd in bruine rivieren. Een paar kinderen peddelen in felgekleurde opblaasbootjes met flamingo-koppen. Eén jongen spettert water naar een meisje. Zij gilt en spettert terug. Kinderen kunnen bijna overal een spelletje van maken. Een verslaggever in een gele regenjas waadt door het water en duwt haar microfoon onder de neus van omstanders. De eerste is een jongeman met een kaalgeschoren hoofd en een leren jack. Hij praat snel en zijn ogen schieten heen en weer. "Mate, this isn't natural. No way," zegt hij, recht in de camera. "This is them. The elites, yeah? It's a bioweapon, hundred percent. Control the water, control the people."

Luna trekt een wenkbrauw op. Oké dan.

De camera schuift door naar een oudere vrouw. Ze draagt een doorzichtige regenkap over grijze krullen, haar gezicht verweerd maar kalm. Ze knikt langzaam terwijl ze spreekt. "For behold, I will bring a flood of waters upon the earth to destroy all flesh in which is the breath of life under heaven,”citeert ze. “Everything that is on the earth shall die. Genesis, chapter six. We were warned, weren't we?"

Luna roert even door de noodles met haar vork en loopt terug naar haar stoel voor de tv. Ze zapt terug naar het Nederlandse journaal, net op tijd voor de afsluiting. De vrouw in het blauwe mantelpakje kijkt ernstig in de camera, haar stem professioneel neutraal. "Kortom, de wetenschappelijke gemeenschap staat voor een raadsel. Wij blijven de ontwikkelingen uiteraard op de voet volgen." Een korte pauze. "Dan nu het volgende onderwerp: de stijgende prijzen in de supermarkten. Onze verslaggever ging op pad—"

Luna drukt op de uitknop op de afstandsbediening. Het scherm wordt zwart. De stilte die volgt voelt luider dan het nieuws.

Ze pakt haar headhpones, zet ze op en drukt op play. De stemacteur van haar luisterboek hervat het verhaal precies waar ze gebleven was. Luna neemt een hap van haar dampende instantnoodles en laat zich meevoeren door een wereld waarvan ze ten minste weet dat het allemaal goed komt.


Bedankt voor je aandacht! #

Wil je op de hoogte blijven? Schrijf je dan in of volg me om mijn werk te steunen. Ik vind het ook altijd leuk om een berichtje van je te ontvangen!

Lees je liever in het Engels? Er is ook een Engelse vertaling beschikbaar. Klik bovenaan deze pagina op 'Also available in English'.

Bekijk mijn About pagina voor meer info.

💜 - Jasmine


Copyright © 2026 Jasmine Rovik. Alle rechten voorbehouden. Alle teksten en andere inhoud op deze website zijn eigendom van de auteur. Het is niet toegestaan materiaal te kopiëren, te reproduceren, te verspreiden of op enige wijze te gebruiken zonder voorafgaande schriftelijke toestemming. Wil je iets citeren of gebruiken? Neem dan gerust contact op.

© All rights reserved - jasmine-rovik

RSS

Letters

Private notes between readers and the author. Only published letters appear here for everyone; otherwise just the two correspondents see them.

Log in to write the author a private letter.