Hoofdstuk 4 #
Terwijl Luna haar shift afmaakte in Wonderwoud, heb ik hier in De Juiste Plek mijn eigen werk gedaan. De schappen aangevuld. Kruidenmengsels gemaakt. Een spreukenboek verkocht aan een vrouw die erop stond dat ik de kaft inpakte in bruin papier zodat haar man niet zou zien wat ze las.
O, en halverwege de middag glipte er een jonge vrouw stilletjes naar binnen. Ze kocht een fijn goudkleurig kettinkje met een hartvormige hanger van rozenkwarts.
"Op zoek naar liefde?" flapte ik eruit met een speelse knipoog.
Ze schudde iets te snel haar hoofd en kreeg een blos op haar wangen alsof ik haar ergens op betrapt had. "Nee hoor, hij past gewoon goed bij mijn suikerspinjurk. Voor het festival."
"Ah." Ik vouwde een velletje vloeipapier om het kettinkje, deed hem in een zakje en reikte het aan. Ze mompelde een bedankje en verdween weer even stilletjes als ze gekomen was.
Daarna heb ik mijn nieuwe batch maanbessenlikeur gebotteld. Eindelijk. De flessen staan nu te glanzen op de plank achter de toonbank, dieppaars en klaar voor het festival morgenavond.
Lot slaapt op de vensterbank, haar witte vacht warm in een strook middagzon. De winkel is leeg en stil. Buiten wandelen mensen voorbij, hun silhouetten wazig door het glas-in-lood van mijn etalage. Ze zien me niet. Ik zie hen wel.
Kom. Laten we kijken wat onze heldin aan het doen is.
Ik pak het fluwelen zakje uit de lade, laat de palmsteen van seleniet eruit glijden en houdt hem in mijn handpalm. Ogen dicht. Diepe adem.

Daar is ze.
Luna zit achter in de bus, weggedoken in haar stoel bij het raam. Haar voorhoofd rust tegen het koele glas. Buiten glijdt de wereld voorbij in vegen van grijs en groen: bomen, lantaarnpalen, voorbijflitsende auto's, allemaal wazig door de regendruppels.
Ze heeft haar headphones op en gaat volledig op in haar luisterboek, dat de stemacteur vol spanning en gevoel voor drama aan haar voorleest. De bus rijdt te hard over een drempel. Luna's headphones schuiven van haar oren, de stem valt weg halverwege een zin, en ze is terug in de bus. Terug in de echte wereld.
Ze wil de headphones weer opzetten, maar de bus mindert al vaart. Het verhaal zal moeten wachten.
Op het digitale display boven de chauffeur verschijnt in oranje letters: VERLENGDE DWARSWEG.
Luna schakelt haar headphones uit, bergt ze op in haar tas en drukt op de rode stopknop. Piep. Ze staat op, schuift langs een vrouw met boodschappentassen en loopt naar de deur. De hydraulische remmen zuchten, de deuren sissen open, en Luna zet een voet op de trede.
En dan dringt iemand zich naar binnen. Een schouder ramt tegen de hare, hard genoeg om haar uit balans te brengen. Luna struikelt en grijpt naar de stang naast de deur. Een klein geluid ontsnapt aan haar keel. Haar mond valt open om iets te zeggen, maar de woorden sterven op haar lippen wanneer de man zich naar haar toe draait.
Hij staat te dicht bij haar. Te groot. Zijn ogen zijn rood doorlopen, zijn kleren hangen los om zijn lijf, doorweekt van de regen, en zijn adem stinkt naar alcohol. "Dis't einde!"
Ergens achter in de bus kijkt iemand op van een telefoon. De vrouw met de boodschappentassen trekt haar tassen dichter naar zich toe.
"Alless gaat nade klote!" Hij wankelt op zijn benen en hangt naar haar toe. "Sseg je leve ma vawel, wijffie!"
Luna's hart bonst in haar keel. Zeg jij je lever maar vaarwel, denkt ze, maar ze slikt haar woorden in en stapt achterwaarts de bus uit, de regen in.
De deuren sissen dicht en de bus trekt op met een rochel van de motor. De wielen werpen een golf water over de stoeprand. Luna stapt achteruit, maar voelt het water alsnog tegen haar enkels spatten.
Ze staat alleen bij de bushalte. Het regent nog harder, dikke druppels vallen op het asfalt en op haar schouders. In de verte rijzen flatgebouwen op tegen de donkere hemel: grijze rechthoeken tegen een nog grijzere lucht.
Haar hart klopt nog steeds te snel. Ze huivert, maar niet van de kou. Het is een warme zomeravond, drukkend en vochtig, het soort weer dat aan je huid plakt en je adem zwaar maakt.
Ze strekt haar hand uit en vangt een druppel op haar wijsvinger. Even kijkt ze ernaar: een doorzichtig bolletje op haar huid, glanzend in het grauwe licht. Dan, met een snelle blik om zich heen of niemand het ziet, brengt ze haar vinger naar haar mond en legt de druppel op het puntje van haar tong.
Zout. Het smaakt als zeewater. Haar wenkbrauwen fronsen. Holy shit.
Ze blijft een seconde lang doodstil staan, haar tong nog tegen haar gehemelte gedrukt, alsof ze de smaak wil verifiëren. Wat… wat gebeurt er?
Misschien, denkt ze, terwijl ze de zilte smaak van haar tong probeert te krijgen, moet ze toch eens het nieuws aanzetten vanavond. Ze heeft het al weken niet gevolgd. Eigenlijk al maanden niet. Het nieuws is altijd zo deprimerend. Zoveel problemen in de wereld waar ze toch niets aan kan doen, zoveel ellende die ze in haar hoofd meedraagt zonder dat het iemand iets oplevert. Ze duikt liever in een boek.
Luna trekt de capuchon van haar dunne zomerjas over haar hoofd, slaat haar armen om zich heen, en begint te lopen richting de flatgebouwen die in de verte wachten als grafstenen van beton.
Luna stapt vanuit de regen het portiek binnen en de deuren vallen achter haar dicht met een doffe klap. De regen striemt nog tegen de ramen, maar hier is het droog. Ze schudt haar capuchon af. Water drupt van haar regenjas op de glibberige vloer, en voegt zich bij de natte voetstappen van iedereen die voor haar binnenkwam.
Het portiek is een grauwe, betonnen ruimte die ruikt naar oud tapijt en schoonmaakmiddel. Aan de ene muur hangen rijen postvakjes, sommige met stickers erop geplakt, andere met roestende slotjes. Tegen de andere muur staat een verdorde plant in een plastic pot.
Maar op de grond, midden in deze troosteloze ruimte, ligt een rafelig kleedje met daarop een verzameling voorwerpen die eruitzien alsof ze rechtstreeks uit een vuilcontainer komen: een enkele laars (mannenmaat, leer, behoorlijk versleten), een teddybeer waarvan een oog ontbreekt, een doos met kapotte kerstballen, een wekker zonder wijzers. En een koffer.
Achter dit alles, op een plastic krukje dat duidelijk uit zijn moeders keuken komt, zit Otis. Zijn T-shirt is te groot en hangt scheef over zijn schouder, maar hij overziet zijn uitstalling met opwinding in zijn ogen en wiebelende beentjes.
"Hé buuffie!" roept hij enthousiast wanneer hij Luna opmerkt. "Wil je wat van me kopen? Ik heb de beste schatten van de hele stad!"
Luna druipt nog na. Er zit een natte lok aan haar wang geplakt en haar canvas sneakers maken een piepend geluid bij elke stap. Ondanks alles — Vince, de man in de bus, de regen, de lange dag — verschijnt er een glimp van een glimlach op haar gezicht.
"Dat is een interessante verzameling, Otis," zegt ze, terwijl ze naar de uitgestalde rommel kijkt.
"Wat wil je hebben?" Otis springt van zijn krukje en grijpt de laars, die hij triomfantelijk omhooghoudt alsof het een trofee is. "Kijk, een hele goede laars! Bijna nieuw!"
Luna trekt een wenkbrauw op. "Wat heb ik nou aan één mannenlaars?"
Otis denkt even na. "Voor je vriendje?"
"Ik heb helaas geen eenbenig vriendje," antwoordt Luna met een lach.
Otis grijnst zijn scheve voortanden bloot. "Oké, oké…" Hij legt de laars terug en draait zich om naar zijn verzameling.
Luna loopt naar de postvakjes en haalt een sleuteltje uit haar zak. Ze opent het vakje met het nummer 907 erop en haalt er enkele enveloppen uit. Allemaal geadresseerd aan haar, Luna de Jong. Ze werpt een blik op de afzenders: energiebedrijf, zorgverzekeraar, telefoonprovider. Rekeningen.
"Deze koffer dan?"
Ze stopt de post onder haar arm en kijkt over haar schouder naar Otis, die een koffer voor zich uit houdt.
De koffer is bijna futuristisch. De hoeken zijn scherp en precies en hij is van donkergrijs metaal gemaakt. Hij glanst mat in het tl-licht. Geen enkele deuk of kras te bekennen. Het lijkt wel een koffertje waarin ze in actiefilms geheime documenten bewaren, denkt Luna. Interessant. Hij past totaal niet bij de rest van Otis' rommelcollectie.
Luna neemt hem aan. Haar vingers sluiten zich om de handgreep en ze fronst.
"Hij is zo licht," mompelt ze. Luna draait de koffer om in haar handen. Geen sleutelgat. Geen cijferslot. Alleen een dunne, haast onzichtbare lijn aan de zijkant. Plotseling heeft ze een idee.
"Wat vraag je ervoor?" vraagt Luna.
Otis' ogen lichten op. Hij heeft een klant.
"Snoep," zegt Otis resoluut. "Maar ijs mag ook. Mijn moeder geeft me alleen maar rijst en broccoli omdat ik niet naar dat stomme zomerkamp wilde."
Luna trekt een meelevend gezicht. "Dat klinkt als een straf erger dan de dood."
"Dat zeg ik óók!" Otis heft zijn handpalmen in de lucht. "Maar ze luistert niet."
Luna kijkt naar de koffer, draait haar hoofd een beetje schuin. Er is iets aan dat ding… iets dat haar nieuwsgierig maakt. Een plan begint zich te vormen in haar gedachten, als een verhaal dat zichzelf schrijft.
"Prima, ik neem hem," zegt ze. "Ik denk dat ik nog wel een Cornetto voor je heb."
Otis springt bijna een gat in de lucht. "Deal!"
"Oké," zegt Luna, en ze kan niet anders dan glimlachen om zijn enthousiasme. "Geef me tien minuten."
Otis geeft haar de koffer met beide handen, alsof het een ceremoniële overdracht is. Het glanzende materiaal voelt koel en glad onder haar vingers.
Ze neemt de koffer in haar ene hand, de post in haar andere, en loopt naar de lift. Drukt op het knopje. Wacht. De lift komt zoals altijd langzaam naar beneden, alsof hij elk moment de geest kan geven. De deuren schuiven open met een piepend geluid.
Luna stapt naar binnen, draait zich om en drukt op de knop met het cijfer 9. Otis zwaait naar haar vanaf zijn krukje, zijn grijns breed en tevreden.
De deuren schuiven dicht.
Terwijl de lift kreunend omhoog kruipt, houdt Luna de koffer tegen zich aan en draait hem om in haar handen. Haar duim glijdt over het gladde oppervlak. Geen stickerrestje, geen bagagelabel, geen initialen. Niets dat een aanwijzing geeft. Wie deze koffer ook had gehad, hij of zij had geen enkel spoor achtergelaten. Niet aan de buitenkant, tenminste.
Maar ergens aan de binnenkant zit vast een labeltje. Straks maakt ze de koffer open en dan vindt ze vast een naam en misschien ook een adres of telefoonnummer. De eigenaar blijkt een heel interessant persoon te zijn, dat is het idee. Iemand die op een onmogelijke plek heeft gereisd, of aan iets geheimzinnigs werkt, of… misschien is het wel de man van haar dromen. Het zou een ontmoeting kunnen zijn zoals in een van haar boeken. Een verhaal dat ze daarna in geuren en kleuren aan Zoey en Alex zou vertellen.
Luna's mondhoek krult op.
Of het is gewoon een lege koffer van niemand. Dat kan ook. Maar dat zou wel teleurstellend zijn.
De lift stopt met een schok. Negende verdieping.
De deuren schuiven open.
Luna stapt uit de lift op haar etage en loopt door de gang. Haar natte sneakers piepen op de groene linoleumvloer. Voor deur 907 blijft ze staan, zet de koffer aan haar voeten en vist de sleutel uit haar jaszak.
De sleutel glijdt in het slot. De deur zwaait open.
Thuis.
De warmte slaat haar tegemoet als een muur. De studio heeft geen airco (te duur) en op warme zomerdagen zoals deze wordt het binnen een sauna. Luna trekt haar natte jas uit en hangt hem aan een haakje naast de voordeur. Water drupt op de grond en vormt een klein plasje op de vloer.
Laat me even rondkijken, nu ik de kans heb.
Luna's studio is niet groot. Eén kamer, met een hoekje voor het bed, een hoekje voor de keuken, en daartussenin alles wat een alleenstaande twintiger nodig heeft.
De meubels zijn tweedehands en trots. Stoelen die allemaal anders zijn, allemaal door Luna zelf beschilderd in kleuren die net niet matchen. Een tafeltje vol krassen en koffieringen, alsof het meer verhalen heeft meegemaakt dan zij. Een kast die nergens bij past en juist daarom perfect is.
Aan de muren hangen posters, schetsen en schilderijen, sommige met tape vastgeplakt, scheef, overlappend.
En boeken. Overal boeken.
Ze liggen op stapels naast het bed. Ze staan in dubbele rijen in de overvolle boekenkast, sommige horizontaal boven op de anderen gepropt. Ze liggen in torentjes op de grond en op de vensterbank naast een cactus die scheef naar het licht groeit. Fantasy, sciencefiction en romance. Sommige covers zijn prachtig, andere ronduit kitsch.
Luna loopt naar de koelkast. Het is een klein wonder dat die rechtop kan blijven staan onder het gewicht van alle koelkastmagneten en foto's.
Bovenaan hangt een oude foto, vergeeld aan de randen. Flora en Simon in hun tuin, jaren geleden. Flora lacht met haar hele gezicht, haar haar in een rommelige knot, verfvlekken op haar onderarmen. Ze houdt een klein meisje met blonde vlechtjes op haar heup: Luna, drie of vier jaar oud, haar hoofdje tegen haar moeders schouder, een stiekem geplukt viooltje in haar hand. Achter hen staat Simon naast een half afgebouwd vogelhuisje op een werkbank, zijn blik net niet op de camera maar op iets schuin buiten beeld, waarschijnlijk iets dat gerepareerd moest worden. De tuin achter hen is al herkenbaar Flora's tuin: beschilderde bloempotten op een rij, een houten rek met klimplanten dat enigszins scheef staat. Een momentopname uit een leven dat nu een eeuwigheid geleden lijkt.
De rest zijn polaroids. Luna met Alex en Zoey. Drie gezichten, drie grijnzen, in steeds wisselende combinaties. Op een zomerterras met cocktails. In het park met zonnebrillen op. In Luna's studio zelf, languit op de bank, benen door elkaar. Sommige hangen scheef. Sommige overlappen elkaar. Dit zijn haar mensen, bijeengehouden met magneten.
Luna legt de post op het aanrecht en zet de koffer neer. Ze hurkt ernaast en draait hem om in haar handen. Er is geen zichtbare manier om hem te openen. Alleen die dunne, haast onzichtbare lijn langs de rand. Een naad die suggereert dat de koffer wel open kan, als je maar wist hoe.
Luna's vingers glijden over de naden, zoekend naar een verborgen hendel of knop. Niets. Het materiaal voelt vreemd onder haar huid, niet zoals metaal of kunststof. Ze probeert haar nagels in de naad te duwen en beide helften uit elkaar te trekken. Niets. Ze kantelt de koffer en schudt hem zacht. Geen geschuif, geen geratel, geen enkel teken dat er iets in zit.
"Hoe gaat dit ding open?!" mompelt ze hardop tegen zichzelf.
Ze strekt haar hand uit boven de koffer en zwaait ermee in een wijds, theatraal gebaar, alsof ze een tovenares is uit een sprookje.
Kijk haar nou. Ze gelooft niet in magie, maar als ze denkt dat niemand kijkt…
"Sesam open u!" roept ze uit, haar stem nadrukkelijk dramatisch. "Onthul uw geheimen!"
Ze wacht.
De koffer doet niets.
De koelkast bromt.
Ergens achter de muur hoest de buurvrouw.
Luna laat haar hand zakken en haalt haar schouders op. "Jammer dan," zegt ze tegen de koffer.
Ze staat op, veegt haar handen af aan haar broek, en loopt naar de koelkast. Ze trekt de deur van het vriesvakje open en een golf koude lucht slaat haar tegemoet. Een welkome verademing in de hitte van de studio. Ze graait door de stapel bevroren spullen. Een pizza. Een kant-en-klaarmaaltijd waarvan de houdbaarheidsdatum gevaarlijk dichtbij is. Een halve zak ijsblokjes. En daar, helemaal achteraan, precies wat ze zocht: twee Cornetto's.
Ze pakt ze allebei, duwt de vriesdeur dicht met haar heup, en loopt terug naar de voordeur.
Ze stapt de gang in, trekt de deur achter zich dicht, en keert terug naar de lift met twee Cornetto's in haar handen en een onopgelost raadsel in haar studio.
De lift brengt Luna weer naar beneden, haar twee Cornetto's beginnen al een beetje te smelten in de warmte. Ze stapt het portiek in en daar zit Otis nog steeds op zijn plastic krukje.
Zijn gezicht klaart op wanneer hij haar ziet.
"Zoals beloofd!" zegt Luna, en ze reikt hem een ijsje aan.
Otis grist het uit haar handen alsof het goud is. Hij scheurt de papieren wikkel eraf met ongeduldige vingertjes en begint meteen te likken voordat het ijs smelt.
Luna gaat naast hem zitten op de rand van het rafelige kleedje, haar benen gekruist. Ze pakt haar eigen ijsje uit de wikkel en neemt een hap van het roomijs.
Een moment is het stil. Alleen twee mensen die ijsjes eten in een portiek terwijl buiten de regen tegen de ramen tikt.
"Het is wel een rare koffer die je me gaf," zegt Luna na een tijdje. "Ik krijg hem niet open. Heb alles geprobeerd."
Otis kijkt haar aan met volle wangen. Hij slikt. "Te laat! Je mag hem niet meer terugbrengen."
Hij neemt nog een grote hap en zegt met volle mond: "Ik heb het ook geprobeerd trouwens. Hoopte dat er heel veel geld in zat!"
"Helaas." Luna haalt een schouder op. "Geen wonder dat iemand hem op straat gedumpt had. Wat heb je aan een koffer die niet open kan?"
"Weet ik veel." Otis haalt zijn schouders op, zijn aandacht alweer bij zijn ijsje.
Luna kijkt hem nieuwsgierig aan. "Waar had je hem eigenlijk gevonden?"
Otis denkt na, zijn ogen omhoog gericht. "Ik weet niet meer precies waar het was. Bij het zwembad denk ik. Of nee, wacht…" Hij tikt met zijn vinger tegen zijn voorhoofd alsof dat helpt om beter na te denken. "In de buurt van Wonderwoud! Hij lag ergens in de struiken. Ik was er bijna langs gelopen zonder hem te zien."
"Wonderwoud?" herhaalt Luna. Ze neemt nog een hap van haar ijsje en denkt even na, haar blik gericht op de regen die tegen het raam tikt. "Het maakt ook niet uit. Ik breng hem morgen wel naar de gevonden voorwerpen bij Wonderwoud. En als niemand hem komt halen, dan gaat-ie naar de kringloop. Misschien kan iemand er poten onder zetten en er een bijzettafeltje van maken."
Otis trekt een gezicht alsof hij net in een citroen heeft gebeten. "Vet lelijk tafeltje wordt dat!"
Luna geeft hem een speelse por. "Hé! Niet mijn briljante idee afkraken!"
Otis' kinderlijke lach echoot door het portiek.
Ze eten hun ijsjes op in comfortabele stilte. Buiten is de regen bijna gestopt; alleen een paar late druppels tikken nog tegen het glas.
Wanneer Luna klaar is, verzamelt ze hun verfrommelde wikkels. Ze staat op en loopt naar de prullenbak in de hoek van het portiek.
"Bedankt voor de Cornetto!" roept Otis haar na.
Luna draait zich om en glimlacht. "Graag gedaan. Succes met je winkel."
Maar Otis luistert al niet meer. Een bejaarde man met een teckel aan een riem is net binnengekomen, en Otis is meteen weer in zijn element. "Hé meneer! Wil je wat van me kopen? Ik heb de beste schatten van de hele stad! Kijk, een hele goede laars!"
Luna schudt glimlachend haar hoofd en loopt terug naar de lift. De lift arriveert met zijn gebruikelijke gepiep. Luna stapt naar binnen en drukt op de 9.
Bedankt voor je aandacht! #
Wil je op de hoogte blijven? Schrijf je dan in of volg me om mijn werk te steunen. Ik vind het ook altijd leuk om een berichtje van je te ontvangen!
Lees je liever in het Engels? Er is ook een Engelse vertaling beschikbaar. Klik bovenaan deze pagina op 'Also available in English'.
Bekijk mijn About pagina voor meer info.
💜 - Jasmine
Copyright © 2026 Jasmine Rovik. Alle rechten voorbehouden. Alle teksten en andere inhoud op deze website zijn eigendom van de auteur. Het is niet toegestaan materiaal te kopiëren, te reproduceren, te verspreiden of op enige wijze te gebruiken zonder voorafgaande schriftelijke toestemming. Wil je iets citeren of gebruiken? Neem dan gerust contact op.