Poorten & Paden | Hoofdstuk 2

By jasmine-rovik ·

Hoofdstuk 2 #

Luna de Jong is eenentwintig jaar oud, iets kleiner dan gemiddeld, en heeft een smal postuur dat haar jonger doet lijken dan ze is. Haar haar is van nature blond, maar de onderste helft is geverfd in tinten turquoise, blauw en paars. Het zit in een losse vlecht. Om haar pols draagt ze een zelfgemaakt weefarmbandje in precies dezelfde kleuren. Als je goed kijkt, zie je waar het patroon niet helemaal klopt omdat ze de verkeerde draadjes aan elkaar geknoopt had. Het valt niemand op behalve Luna zelf.

Ze loopt door Wonderwoud, een kleinschalig attractiepark vol kunstmatige magie en kleverige kleuters. Met een afvalgrijper in haar hand beweegt ze zich methodisch door de groene borders en plantsoenen. Speen. Chipszakje. IJsstokje. Alles belandt netjes in haar vuilniszak. Op haar groene hesje prijkt het logo van het park: WONDERWOUD, met een opgewekt kijkende elf als mascotte.

Ze strekt haar arm uit naar een half opgegeten donut die in het gras ligt te glanzen. Een feestmaal voor de mieren, die er al druk overheen marcheren. Ze klemt het uiteinde van de grijper om de donut en tilt hem op. Sorry jongens.

Een rukje aan haar shirt.

Luna draait zich om, haar gezicht al vormend tot een vriendelijke vraag. Daar staat een jongetje, niet ouder dan vijf, met netjes gekamd blond haar en een lichtblauw poloshirtje dat in een korte broek is gestopt. Tranen glinsteren in zijn ooghoeken, nog niet gevallen maar op het randje. Een fractie van een seconde verwijderd van een complete instorting.

Achter hem staat een man. De vader, neem ik aan. Armen over elkaar, schouders die zeggen ik heb hier geen tijd voor, een mond die iets te strak staat. De houding van een ouder die er uren geleden al klaar mee was.

Luna hurkt meteen en komt op ooghoogte met het jongetje. "Hé, wat is er aan de hand?" vraagt ze, en haar stem is zacht en zoet als een softijsje. "Kan ik je helpen?"

Het jongetje barst in huilen uit. Zijn gezicht vertrekt, zijn mond vormt een perfecte O van verdriet, en het geluid dat eruit komt is verbazingwekkend luid voor zo'n klein lijfje.

De vader zucht. “Hij heeft zijn knuffel in de wensput laten vallen. Kun je hem eruit vissen?"

Ik voel de opluchting door Luna heen trekken. Dit is iets wat ze kan oplossen.

"Natuurlijk!" zegt ze en ze werpt het jongetje en zijn vader een warme glimlach toe, "Geen probleem hoor. Dat gebeurt wel vaker."

Vaker dan je zou denken, eigenlijk. Er belandt zoveel in die wensput wat er niet hoort — knuffels, telefoons, zonnebrillen, sleutelbossen, één keer een kunstgebit — dat Luna zich weleens afvraagt of die put soms dingen naar zich toe trekt. Vlinders cirkelen er vaak boven en vogels strijken neer op de rand alsof ze zijn gelokt met kruimels. Vorige week nog moest ze er voor openingstijd een duif uit vissen met haar blote handen. Het beestje spartelde en klapwiekte in paniek terwijl Luna tot haar ellebogen in het koude water reikte. Ze had hem net op tijd gered van de verdrinkingsdood.

Luna recht zich, pakt haar grijper vast alsof het haar magische toverstaf is en loopt richting de wensput.

De wensput is precies wat je verwacht. Ruwe stenen zijn op elkaar gestapeld in een cirkel, begroeid met kunstmatig mos dat eruitziet alsof het er al eeuwen zit, tenminste, tot je dichterbij komt en de lijmranden ziet. Op de rand zit een gouden kikker met bolle ogen, die uit zijn opengesperde mond een dun straaltje water in de put spuugt. Muntjes glinsteren op de bodem. Ze liggen daar als vervlogen wensen, sommige glimmend nieuw, andere al groen uitgeslagen.

Luna leunt over de rand en tuurt door het heldere water naar de bodem. Daar ligt het slachtoffer: een klein ooit-wit konijntje. Luna laat haar grijper zakken, mikt met haar arm en… beet! Water drupt van de doorweekte knuffel af terwijl ze hem omhoog haalt.

Ze wil zich al omdraaien, maar de put verandert. Het oppervlak wordt donkerder, alsof er een wolk voor de zon schuift. De bodem lijkt te zijn verdwenen, de put plotseling veel dieper, alsof je er een steen in zou kunnen gooien en hem nooit meer terug zou vinden. Luna knippert en het is weg. De muntjes liggen weer waar ze lagen en de gouden kikker spuugt zijn straaltje alsof er niets is gebeurd. Ze staart nog een halve seconde naar de bodem van de put en schudt haar hoofd. Te lang in de zon gestaan, hoor ik haar denken. Of te weinig water gedronken.

Misschien.

Luna keert zich naar het jongetje en zijn vader met het druipende konijn in haar vrije hand.

"Alsjeblieft," zegt ze zacht en houdt het konijn naar het jongetje uit, "Weet je, hij is nu nóg specialer. Want hij is in de magische wensput geweest. Misschien heeft hij nu wel toverkrachten.”

Oh, Luna. Zo goed bedoeld.

Het gezicht van het jongetje vertrekt. Zijn mond opent zich en hij begint nog harder te huilen dan daarvoor. "Neeee!" brult hij, zijn stem schril genoeg om zelfs de haren op míjn armen nog overeind te laten staan. "Ik wil hem niet! Ik wil oude Nijn terug!"

Luna verstijft, het natte konijn nog steeds uitgestoken in haar hand. De ogen van zijn vader spuwen vuur. "Nou, bedankt hoor!" bijt hij, "Je moet kinderen niet van die onzin wijsmaken, daar worden ze bang van! Heb je enig idee hoe lang het duurt om hem weer rustig te krijgen?"

Het konijn druipt op de klinkers. Luna's wangen beginnen te gloeien.

"Sorry," mompelt ze zachtjes. Ze drukt het natte knuffelbeest in de hand van het jongetje, dat het meteen op armlengte afstand houdt alsof het besmettelijk is. De vader pakt zijn zoon bij de schouder en draait hem weg. Ze lopen richting de uitgang, het konijn bungelt mee, op armlengte, druipend.

Luna haalt diep adem, haar schouders iets naar voren, alsof ze zich onbewust kleiner heeft gemaakt. Dan hervat ze haar ronde.

De zon zakt achter het sprookjeskasteel en de klok op de toren slaat het uur. Overal beginnen lampjes aan te springen: in de bomen, langs de paden en de gevels van de huisjes. Fonteinen glinsteren in het zachte avondlicht. Uit verborgen speakers klinkt klassieke muziek, zachter nu dan overdag, bijna dromerig. De laatste bezoekers druppelen naar de uitgang. Moe en volgepropt met suiker. Een vader met een slapend kind op zijn schouder, het hoofdje wiebelend op het ritme van zijn passen. Een stelletje tieners dat zich krom lacht om iets op een telefoon. Een oma die hijgend achter twee rennende kleinkinderen aan hobbelt, één schoen los.

En dan, langzaam, wordt het stil.

Dit is wanneer het park op z'n mooist is, vindt Luna, als de drukte wegtrekt en de avondzon alles in een gouden gloed zet.

Het pratende gezicht in de verhalenboom dat eindelijk zwijgt, de lege stoeltjes van de draaimolen die nog zachtjes bewegen, het huisje van de heks waar nog wat rook uit de ketel kringelt.

Kinderen zien niet waar de kabels lopen, hoe de schokkerige bewegingen verraden dat het allemaal nep is. Of misschien zien zij het ook wel, maar kiezen zij ervoor om te geloven.

Luna gelooft niet in magie. Luna gelooft wél in iemand die de magie gemaakt heeft. Iemand die de verhalen van de boom bedacht en het gezicht in de stam ontwierp. Iemand die het huisje van de heks timmerde. Iemand met een idee en een potje verf. Om iets te maken vanuit het niets, puur vanuit je verbeelding en met je eigen handen, dát is echte magie.

Ze laat haar blik gaan over het pad voor haar, de paddenstoelen van piepschuim, de geschilderde houten bordjes met krullerige letters die de weg wijzen naar het Trollenbruggetje en de Spiegelvijver.

Hoe leuk zou het zijn, denkt ze. En dan, een halve seconde later, alsof ze zichzelf op de vingers tikt: Droom maar lekker verder.

Bij een bankje naast de glijbaan ligt een papieren bekertje op zijn kant. Een restje limonade vormt een plakkerige vlek op de stenen. Luna prikt het op en gooit het in haar zak. Het geluid van het bekertje dat tegen de andere rommel slaat is bijna luid in de stilte.

Ze loopt verder. Het pad maakt een bocht naar links, langs een rij lantaarnpalen die zojuist zijn aangegaan, en opent zich dan op een verkeerstuin. Daar blijft ze opeens staan. Langzaam zakt haar hand, tot de grijper slap langs haar zij hangt.

De verkeerstuin is een klein parcours met witte strepen op het asfalt en een paar miniatuurzebrapaden. Een stoplicht op kindvriendelijke ooghoogte, dat overdag rood-oranje-groen knippert maar nu donker is. Een handvol skelters staat in een ordelijk rijtje langs het hek geparkeerd. Een musje pikt iets op van de grond en vliegt dan weer weg.

Het is leeg. Het is stil. En het is het lelijkste stukje van heel Wonderwoud. Het is de plek waar de magie van het park abrupt ophoudt, alsof iemand een stukje buitenwereld heeft uitgeknipt en hier op het gras heeft geplakt. Asfalt en verkeersregels en keurig binnen de lijntjes blijven.

Luna staat ernaar te staren. Wat zou ik hier maken?

De gedachte komt onuitgenodigd binnenvallen en laat zich niet meer wegduwen. Haar ogen glijden over het asfalt, over de zebrapaden, over de rij skelters, en ergens achter haar blauwe ogen begint iets vorm te krijgen.

Ik zie het gebeuren. Het begint bij de randen. De rechte lijnen van het hek vervagen. Het asfalt wordt zachter en verandert in bosgrond. Houtsnippers. Mos. Boomwortels die zich een weg banen door de aarde als de vingers van iets dat onder de grond leeft.

Luna ziet het niet meer. De verkeerstuin, bedoel ik. Ze is ergens anders.

Bamboehagen rijzen uit de grond en groeien hoger en hoger, tot de toppen boven haar uitreiken en de buitenwereld uitsluiten. Overal is groen, in elke tint die je je kunt voorstellen: smaragd en olijf en het donkere, natte groen van bladeren na de regen.

Het is een jungle.

Dit is een plek zonder kaart. Je moet zelf je weg vinden, over slingerende paden die zich aftakken en weer samenvoegen en soms doodlopen bij een omgevallen boom waar je overheen kan klauteren. Er zijn geen bordjes met VERBODEN TOEGANG erop, je mag overal heen. Je mag klimmen en kruipen en dwalen. Je moet dwalen, want dat is het hele punt: verdwalen is hier geen fout. Het is het begin van het avontuur.

Je volgt het ruisen van water over een smal paadje dat tussen varens omhoog kruipt. Dan opent het pad zich en daar is hij: een brede, luid bulderende waterval die zich vanaf een kunstmatige rotsrand in een poel stort. Nevel hangt in de lucht en breekt het zonlicht in kleine regenbogen. En als je goed kijkt, zie je achter het vallende water een richel lopen. Precies breed genoeg voor één persoon. Je kunt erachter langs lopen, als je durft, en wereld bekijken door een gordijn van water, zonder dat iemand jou ziet.

Een ander pad kronkelt tussen de wortels van een reusachtige boom naar beneden en voert je naar een geheime grot. De ingang zit half verscholen achter klimop; je moet op je knieën om erdoorheen te kruipen. Maar eenmaal binnen, als je de duisternis in gaat en je ogen langzaam wennen, sta je in een koele, stille ruimte. En daar, helemaal achterin, op een sokkel van steen: iets dat glanst. Een schat. Wat voor schat het is, doet er niet toe. Het gaat erom dat hij er ligt, en dat jij degene bent die hem heeft gevonden.

Luna's lippen zijn een klein beetje van elkaar gescheiden. Haar ogen bewegen over haar imaginaire landschap en eventjes is ze geen meisje met een grijper en een hesje. Ze is een ontwerper, een bouwer van werelden.

Ze ziet elke steen, elk blad, elke verborgen ontdekking. Ze kan de textuur van het mos voelen onder haar vingers, de koele lucht in de grot, de nevel van de waterval op haar gezicht. In haar hoofd is het perfect.

Luna knippert en de Jungle verdwijnt. Daar staat ze weer, in de verkeerstuin van Wonderwoud, met een grijper in haar hand en een hesje met een grijnzende elf op haar borst. Zebrapaden. Stoplichten. Skelters en stepjes op een rij geparkeerd. Makkelijk en goedkoop wat onderhoud betreft en heel leerzaam bovendien.

Ze ademt in. Ze ademt uit. Haar vingers grijpen de steel van de grijper wat steviger beet, maar iemand kucht achter haar.

"Jongedame."

Luna schrikt op. Ze draait zich om, te snel, bijna schuldig, alsof ze betrapt is op iets wat niet mocht.

Ah. Onze baas.

Vince de Graaf, vijfentwintig, gemiddelde lengte, dun, kort haar dat er altijd uitziet alsof het die ochtend is gekamd met een liniaal. Hij draagt een nette grijze broek, een wit overhemd en zwarte leren schoenen die het grind verafschuwen. In zijn linkerhand zijn tablet, licht tegen zijn heup gedrukt. Zijn wenkbrauwen staan in een lichte frons, alsof hij chronisch teleurgesteld is in de wereld om hem heen en met name in het personeel.

"Wat sta je daar nou te dromen? We betalen je toch niet om te lanterfanteren?"

Jullie betalen me amper. Maar dat zegt ze niet hardop. In plaats daarvan mompelt ze: "Sorry."

Hij kijkt niet naar Luna. Hij kijkt óver haar schouder heen, alsof hij al aan het volgende probleem denkt voordat het probleem dat voor hem staat is opgelost. Dan begint hij met zijn vinger op het scherm van zijn tablet te tikken.

Luna haalt diep adem en trekt haar schouders een stukje naar achteren. "Eh…Vince?"

Hij kijkt niet op van zijn tablet. "Mm?"

"Ik wilde eigenlijk iets vragen."

"Mm."

"Ik vroeg me af of er, eh, of er misschien een functie beschikbaar komt. Bij de werkplaats.”

Zijn duim stopt met scrollen. "Als decorbouwer, bedoel je?"

"Ja. Dat lijkt me… ik dacht, misschien kan ik… "

Ze stopt. Vince kijkt eindelijk op van zijn tablet. En ze begint opnieuw.

"Ik heb geen officiële opleiding of zo, dat weet ik, maar ik ben wel heel creatief en ik werk graag met mijn handen en ik…” De woorden komen er gehaaster uit dan ze had gewild, alsof ze bang is dat Vince ze afkapt voordat ze allemaal naar buiten zijn. “Ik bedoel, ik kan het leren. Ik leer snel. Ik zou het echt heel graag willen."

Hij kijkt haar aan, min of meer. Zijn blik glijdt over haar hesje, de grijper, naar haar vlecht en het turquoise-en-paarse puntje ervan. Ik voel hem Luna inschatten op meetbare eenheden: Leeftijd. Kleding. Haar. Ervaring. Cv. Streep erdoor. Streep erdoor. Streep erdoor.

En dan glimlacht hij. "Lina — "

"Luna."

"— Luna, luister." Hij laat zijn tablet zakken, alsof hij haar nu zijn volledige aandacht geeft. "Heel leuk dat je interesse toont. Maar decorbouw is specialistisch werk. Daar hebben we mensen voor nodig met een opleiding en ervaring. En daarnaast, tussen jou en mij," hij buigt zich een stukje naar voren, "we gaan sowieso richting een ander model. We laten alles straks in buitenlandse fabrieken maken. Scheelt enorm in de kosten. Handwerk is gewoon niet meer rendabel."

Hij zegt het alsof hij haar iets gunt. Alsof hij haar een blik achter het gordijn geeft en zij dankbaar moet zijn voor zijn openhartigheid.

"Dus dat zou ik je niet willen aanraden. Blijf jij maar lekker doen wat je goed doet." Hij knikt in de richting van haar grijper. "Het park moet er ook netjes bij liggen. Belangrijk werk."

Luna knikt. Het deurtje valt dicht nadat ze het heel even op een kier had durven zetten.

"Daarover gesproken," zegt hij, "Het is een puinhoop bij de ijssalon. Iemand heeft een hele stapel ijsbekertjes omgegooid en ze vliegen overal naartoe. Ga dat even opruimen, wil je?"

Het is geen vraag.

"Oké,” zegt Luna met een knik.

Vince is alweer verdwenen in zijn tablet. Hij loopt weg, zijn schouders gespannen en zijn pas gehaast, alsof hij de belangrijkste baan van de wereld heeft.

"Rare meid,” mompelt hij nog in zichzelf, niet hard, maar net niet zacht genoeg.

Luna hoort het.

Ik hoor het.

Luna kijkt hem na en slaakt een zachte zucht. Ze draait zich om, richting de ijssalon. Haar vlecht wipt over haar schouder naar achteren. De grijper krijgt weer grip in haar hand.

Dan gebeurt er iets interessants. Haar pas krijgt iets lichters. Er is daar iets waar ze zich op verheugt, voel ik. Of iemand…

We gaan het zien.


Bedankt voor je aandacht! #

Wil je op de hoogte blijven? Schrijf je dan in of volg me om mijn werk te steunen. Ik vind het ook altijd leuk om een berichtje van je te ontvangen!

Lees je liever in het Engels? Er is ook een Engelse vertaling beschikbaar. Klik bovenaan deze pagina op 'Also available in English'.

Bekijk mijn About pagina voor meer info.

💜 - Jasmine


Copyright © 2026 Jasmine Rovik. Alle rechten voorbehouden. Alle teksten en andere inhoud op deze website zijn eigendom van de auteur. Het is niet toegestaan materiaal te kopiëren, te reproduceren, te verspreiden of op enige wijze te gebruiken zonder voorafgaande schriftelijke toestemming. Wil je iets citeren of gebruiken? Neem dan gerust contact op.

© All rights reserved - jasmine-rovik

RSS

Letters

Private notes between readers and the author. Only published letters appear here for everyone; otherwise just the two correspondents see them.

Log in to write the author a private letter.